De Europese Erfrechtverordening

Notaris mr. H.P. Kroezen uit Oldenzaal die in september vorig jaar zo’n voortreffelijke presentatie heeft verzorgd over het erfrecht en de verschillende rechtsstelsels waarmee in het buitenland wonende Nederlanders kunnen worden geconfronteerd heeft ons de hierna volgende tekst over de nieuwe Europese Erfrechtverordening bezorgd.

Notaris Kroezen laat zich verontschuldigen voor het feit dat Forumleden die zich schriftelijk bij hem hadden aangemeld voor een afspraak daarna niets meer hoorden. Door onverklaarbare oorzaak zijn uitnodigingen die door hem via e-mail waren verstuurd in een aantal gevallen niet door de geadresseerden ontvangen.

 

DE EUROPESE ERFRECHTVERORDENING

Vanaf 17 augustus 2015 is de Europese Erfrechtverordening van toepassing op internationale nalatenschappen, dat wil zeggen op de erfopvolging van personen die op of ná 17 augustus 2015 komen te overlijden. De verordening geldt voor alle landen van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk).

Van een internationale nalatenschap is sprake zodra verschillende landen betrokken zijn bij die nalatenschap. Veelvoorkomend voorbeeld: iemand met de Nederlandse nationaliteit komt te overlijden en woont in het buitenland of bezit op dat moment een (vakantie)woning in het buitenland.

Waarom een Europese Erfrechtverordening?
Op dit moment heeft ieder Europees land eigen regels ten aanzien van internationale nalatenschappen. Doordat de regels van de verschillende Europese landen niet met elkaar overeenkomen kan het voorkomen dat ieder land het eigen recht van toepassing verklaart op de nalatenschap.

Op grond van de Europese Erfrechtverordening zijn in alle landen van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk) dezelfde regels van toepassing om te bepalen welk recht van toepassing is op een internationale nalatenschap.

Hoofdregels van de Europese Erfrechtverordening

1.   Recht van de laatste gewone verblijfplaats van toepassing
Op een internationale nalatenschap is het recht van toepassing van het land waar de overledene zijn laatste gewone verblijfplaats had. Wat zijn laatste gewone verblijfplaats was dient aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden te worden vastgesteld.
In uw situatie is waarschijnlijk dus Duits erfrecht van toepassing, waarbij kinderen een sterke positie hebben ten opzichte van de langstlevende echtgenoot/echtgenote.

2.   Rechtskeuze voor het recht van de nationaliteit van de testateur
Het is mogelijk om af te wijken van de onder 1. vermelde hoofdregel door in een testament een rechtskeuze te maken. De keuzemogelijkheden zijn beperkt tot het recht van het land van de nationaliteit van de testateur op het moment van de rechtskeuze of op het moment van zijn overlijden. Als een testateur verschillende nationaliteiten bezit kan hij kiezen tussen de verschillende rechtsstelsels.

3.   Europese erfrechtverklaring
De verordening introduceert tevens de Europese erfrechtverklaring, waarmee erfgenamen en executeurs hun rechten en bevoegdheden kunnen aantonen in de verschillende EU-lidstaten.

Belangrijkste verschillen ten opzichte van het huidige recht
Op grond van het huidige internationale erfrecht wordt aangesloten bij het recht van de laatste gewone verblijfplaats van de overledene, doch slechts indien de overledene ook de nationaliteit van dat land bezat of voorafgaande aan zijn overlijden ten minste vijf jaar in dat land woonde.

De verordening verklaart het recht van het land van de laatste gewone verblijfplaats van de overledene van toepassing op de nalatenschap!

Op grond van het huidige internationale erfrecht kan een rechts-keuze worden uitgebracht voor:
a) het recht van de nationaliteit óf
b) het recht van de gewone verblijfplaats van de testateur op het moment van de rechtskeuze of op het moment van overlijden.

Op grond van de verordening is de rechtskeuze van de testateur vanaf 17 augustus 2015 beperkt tot het recht van zijn nationaliteit op het moment van de rechtskeuze of op het moment van overlijden.

Rechtskeuze voor Nederlanders
Personen met de Nederlandse nationaliteit kunnen zowel vóór als na 17 augustus 2015 een rechtskeuze uitbrengen voor Nederlands recht.

Omdat de verordening het recht van de laatste gewone verblijfplaats van toepassing verklaart op de (internationale) nalatenschap in die gevallen dat er geen rechtskeuze is gemaakt, is het vooral voor Nederlanders die in het buitenland (gaan) verblijven aan te raden een rechtskeuze uit te brengen voor Nederlands recht. Op deze wijze wordt voorkomen dat het recht van de gewone verblijfplaats op het moment van overlijden van toepassing zal zijn.

Rechtskeuze voor buitenlanders met woonplaats in Nederland
Voor personen zonder de Nederlandse nationaliteit maar met hun gewone verblijfplaats in Nederland gaat er veel veranderen. Op dit moment kunnen zij naar Nederlands recht een rechtskeuze uitbrengen voor het recht van hun nationaliteit of van hun gewone verblijfplaats. Vanaf 17 augustus 2015 kan enkel nog een rechtskeuze worden uitgebracht voor het recht van de nationaliteit.
Indien een niet-Nederlander zeker wil weten dat Nederlands recht van toepassing zal zijn op zijn nalatenschap dan dient hij vóór           17 augustus 2015 een rechtskeuze uit te brengen voor Nederlands recht.

 

Like

Een gedachte over “De Europese Erfrechtverordening”

  1. Bovenstaande nuttige informatie gaat dus over erfrecht en niet over erfbelasting. Over dat laatste heb ik hieronder een bloemlezing na een rondje Google samengesteld:

    “”Moeten de erfgenamen erfbelasting betalen?
    Dat wil zeggen: kan de Nederlandse en/of Duitse staat ook een deel van de erfenis opeisen? De Nederlandse term daarvoor is erfbelasting, maar werd voor 2010 ook wel successierecht genoemd. In het Duits noemen we dat de Erbschaftssteuer.

    Allereerst een groot misverstand uit de weg ruimen: voor het toepasselijke erfrecht kun je tot nu toe een keuze uitbrengen, maar die heeft geen enkele invloed op de vraag of de Nederlandse en/of de Duitse staat ook erfbelasting kunnen heffen. Ieder land heeft zijn eigen regels daarover. Als u nog geen 10 jaar in Duitsland woont, kan het zijn dat de erfgenamen zowel in Nederland als in Duitsland erfbelasting moeten betalen. Ongeacht of het Duitse of Nederlandse erfrecht van toepassing is.
    Er bestaat geen verdrag tussen Nederland en Duitsland, waarin afgesproken is welk land erfbelasting mag heffen. Zolang zo’n verdrag er niet is voor de erfbelasting, kunnen de erfgenamen dus met een dubbele zure appel geconfronteerd worden! Afhankelijk van wie erft (bijvoorbeeld een echtgenoot, kinderen, kleinkinderen, stiefkinderen, een broer of zus, neef of nicht, een ongehuwde partner, etc) gelden er hogere of lagere vrijstellingen en tarieven.
    Een opvallend verschil tussen de Duitse erfbelasting en de Nederlandse erfbelasting is dat kinderen in Duitsland
    € 400.000 vrijstelling krijgen, in Nederland is dat beduidend minder.

    Wat formele bijzonderheden van het Duits erfrecht:
    een testament met erfstelling kan in Duitsland niet alleen notarieel (öffentliches Testament, § 2232 BGB) maar ook compleet met de hand geschreven en ondertekend (eigenhändiges Testament, § 2247 BGB) worden gemaakt, zonder dat in bewaring geven aan notaris noodzakelijk is.
    In Duitsland kunnen echtgenoten samen hun testament opmaken (gemeinschaftliches Testament, § 2265 BGB)””.

    Dus het is zaak om je goed te laten informeren door een notaris die ook ingevoerd is in het Duitse erfrecht.
    Bart Fol

Geef een reactie